WAARHEIDSKUNDE deel I en deel II
Hier het 3e en 4e pamflet van een serie van 6 nieuwe pamfletten.


TOELICHTING op het pamflet WAARHEIDSKUNDE deel I
De term waarheidskunde is hiermee geïntroduceerd. Het is geen gangbare term en het wordt niet gedoceerd op een universiteit. Toch had het dat kunnen zijn. Het had een discipline kunnen zijn die een prominente plek innam in academische kringen. Maar dat doet het niet. Terwijl wetenschap bij uitstek gaat, of zou moeten gaan over waarheid. Er komt veel bij kijken en er is veel aan gelegen om de waarheid te kennen. Het vereist echt kennis en kunde om er in de praktijk mee om te gaan. Zeker in een wereld waarin bedrog, misleiding en mindcontrol aan de orde van de dag zijn. Misschien is het wel daarom dat Waarheidskunde geen gangbare discipline is. Laten we er daarom een begin mee maken.
We beginnen met uitleg over het verschil tussen waarheid en werkelijkheid, en het verband ertussen.
Wanneer we over waarheid praten moeten we altijd een onderscheid maken tussen waarheid buiten de mens om, de werkelijke waarheid die misschien niet kunnen kennen, en waarheid zoals we dat als mensen zien. Dat laatste is maar al te vaak perceptie van waarheid. Hoe dan ook, waarheid is voor de mens altijd een these, een stelling die getoetst moet worden. Dat toetsen kan aan de hand van wetenschappelijke methoden, maar die zijn vaak niet toereikend. Nuttig kan zijn te bepalen onder welke waarheidstheorie een bepaalde these valt. Bij 2 conflicterende theses is het handig om de dimensies van waarheid na te lopen. Zo kun je zien of je wel over hetzelfde praat, of je geen appels en peren met elkaar vergelijkt.
Waarheidstheorieën zijn gangbaar in de epistemologie, oftewel kennistheorie. Ik heb daar ‘waarheid in handelsrecht’ en ‘innerlijk weten’ aan toegevoegd. De betreffende alinea hieronder maakt duidelijk waarom. De beschrijvingen van de waarheidstheorieën, helemaal onderaan deze toelichting, komen rechtstreeks uit de Bijsluiter bij mijn ‘Periodiek Systeem der Elementen voor een Nieuwe Samenleving’.
‘Dimensies van waarheid’ heb ik, hoe paradoxaal, zelf bedacht. Niet dat het onzin is, maar het is ook geen absolute waarheid. Je moet het zo zien, zoals een wetenschappelijke methode, het is een tool om het makkelijker te maken om dichter bij de waarheid te komen, hoe een claim zich verhoudt tot het geheel. Dat kan heel nuttig zijn, heel verhelderend.
Wetenschappelijke methoden. Daar zijn er meerdere van. Geen een is zaligmakend. Je hebt strenge methodes en minder strenge methodes. De aller strengste methodes hebben een heel smal toepassingsgebied. Dat heet deductie en als een these deductief bewezen is, is het absoluut waar. Ze spelen vooral een rol in formele wetenschap (wiskunde) en de logica. Deductie gaat uit van 2 premissen waaruit een logische conclusie volgt. Bijvoorbeeld: als het regent wordt alles dat buiten staat nat (premisse 1); Het regent en de auto staat buiten (premisse 2); conclusie: de auto wordt nat.
Geen speld tussen te krijgen zou je zeggen. Maar pas op, er zijn valkuilen, zoals hier: Mijn jas past in mijn tas (premisse 1); Ik pas in mijn jas (premisse 2); Conclusie: ik pas in mijn tas.
Bij inductieve bewijstechniek werkt het andersom. Dit gaat niet uit van logica maar van generalisatie. Het wordt empirisch vastgesteld en de uitkomst is een waarschijnlijkheid en niet per se waarheid. Als de these luidt dat alle auto’s 4 wielen hebben, en je ziet 1000 auto’s en die hebben allemaal 4 wielen, dan is dat inductief bewezen, maar er bestaan ook auto’s op 3 wielen en op 6 wielen. Causaliteit hoeft niet aangetoond te worden, een bepaalde mate van correlatie is genoeg.
Inductie is een zwakkere methode dan deductie. Nog zwakker is abductie. Bij abductie gaat het om de these met de hoogste waarschijnlijkheid. Dit is nauwelijks bewijs te noemen. Een voorbeeld is: 1. De auto is nat; 2 Als het regent wordt alles nat; 3 Het heeft geregend.
100% waar is het niet omdat er meerdere oorzaken kunnen zijn waarom de auto nat is. Het mag dan een logische conclusie lijken, Het lijkt op deductie, alleen is het precies andersom geredeneerd. Soms kun je niet anders omdat bepaalde informatie nu eenmaal niet voorhanden is. Abductie wordt veel toegepast in de archeologie en paleontologie.
Behalve waarheidstheorieën bestaan er ook dimensies van waarheid. Waarheidstheorieën zijn één van de dimensies. Hieronder een opsomming van de verschillende Dimensies van Waarheid:
- Waarheidstheorieën, net besproken en verderop toegelicht.
- Bewijsmethoden, net besproken.
- Tijd en plaats; omdat zaken veranderlijk kunnen zijn, kan een these tijd- of plaatsgebonden zijn.
- Perspectief, oriëntatie; Omdat perceptie afhankelijk kan zijn vanaf het gezichtspunt. Dat kan zowel gaan om fysieke objecten, maar ook vanuit iemands persoonlijke positie, bijvoorbeeld zijn maatschappelijke positie. Iemand met een laag inkomen kan welvaart anders beoordelen dan iemand met een hoog inkomen.
- Context: Dit is wat anders dan perspectief of oriëntatie, en is ook wat anders dan tijd en plaats. 20 kilometer afleggen in een uur is voor een fietser niets bijzonders, maar voor een hardloper is het een wereldprestatie.
- Schaal tot slot: het maakt veel uit of je met het blote oog naar een object kijkt, of met een microscoop. Of met een sterrenkijker. Schaal betekent ook kijk je naar 1 situatie, 100 situaties of een miljoen. Het kan allemaal verschillend zijn op de perceptie en uiteindelijk op conclusies en besluiten.
WAARSCHIJNLIJKHEID minus SCHIJNLIJK = WAARHEID
Ruis op de lijn
Communiceren is het moeilijkste dat er is (naast samenwerken). Alleen al het gegeven dat woorden niet bij iedereen dezelfde betekenis hebben. De woorden waarheid, vrijheid, liefde, zijn woorden waar mensen wel goed denken te weten wat ze betekenen, maar als je navraagt, kun je heel verschillende antwoorden krijgen. Dat is niet alleen tussen individuen verschillend, maar ook vanuit verschillende perspectieven, of disciplines zo u wilt.
Vraag je aan een filosoof wat waarheid is, dan zal iets zeggen als ‘dat wat overeenkomt met de werkelijkheid’
Vraag je het aan een religieuze, dan zou die iets kunnen zeggen als ‘dat wat zich vanuit het bovennatuurlijke heeft geopenbaard´.
Vraag je het aan een wetenschapper, dan zal verwijzen naar ‘dat wat wetenschappelijk bewezen is, volgens een geldige bewijsmethode’.
Vraag je het een jurist, dan zou die kunnen zeggen ‘dat wat de rechter voldoende bewezen acht’, of ‘dat wat rechtsgeldige bewijsmethoden laten zien’.
Vraag je het een politicus, dan zal het op zijn best gaan over wat een expert verklaart, maar even goed datgene dat hem zijn achterban behaagt of zijn positie zal behouden.
De filosoof zal er nog het dichtst bij zitten. De rest is allemaal met een korrel zout te nemen. Zelfs wetenschappelijke methoden zijn dus niet waterdicht. Waarbij de valkuil is, datgene dat niet volgende de (rigide) wetenschappelijke methoden niet bewezen kan worden af te doen als onwaar. Dat is het kind met het badwater weggooien. Dat gebeurt nogal eens om belangen te dienen, om oppositie en criticie te framen, te stigmatiseren, te criminaliseren.
Het is in alle gevallen belangrijk om het verschil te herkennen tussen waarheid en perceptie van waarheid. Dan grijpen we even terug naar het pamflet ‘Pathos. Ethos & Logos’, met de vraag, hoe zijn je overtuigingen tot stand gekomen. Ook het kort hiervoor gepubliceerde pamflet ‘De 3 Cognitieven’ waarin aandacht gegeven wordt aan verkeerd opgeslagen opvattingen die maar niet rechtgezet worden, is relevant bij Waarheidskunde.
Er bestaat een vakgebied waarin de vraag wordt gesteld wat kennis is en hoe de mens kennis kan verwerven, en dat heet epistemologie, oftewel kennistheorie. Kennis verwerven wil niet per se zeggen de waarheid, maar als je het goed doet natuurlijk wel. Je mag eigenlijk wel stellen, kennis niet gebaseerd op waarheid, is geen kennis. Kennistheorie is een tak van de analytische filosofie. De vraag wat kennis is, of beter gezegd wanneer iets als kennis kan worden aangemerkt, is nog niet zo makkelijk. Neem het Gettier-probleem, die aantoont dat een ‘verantwoorde ware overtuiging’ als definitie van het begrip kennis te kort schiet. Als je de tijd afleest van een klok die stil staat, zonder dat je dat weet, kun je nog steeds de juiste tijd aflezen, als je precies op het goeie moment naar de klok kijkt; de klok staat immers 2 keer per dag goed. Het is wel waarheid, maar geen kennis.
Een verdere zijtak is het filosofisch scepticisme, dat stelt dat de menselijke geest van nature onbekwaam is om iets met zekerheid te weten. Dat omdat onze premissen zijn gebaseerd op andere premissen, en zodoende kunnen we de betrouwbaarheid van alles in twijfel trekken. We moeten voortdurend onze oordelen reflecteren.
Los van het filosofisch sceptiscisme heerst in de filosofie en de wetenschap de overtuiging dat er dingen zijn die we niet kunnen kennen. Interessant in deze is het boek ‘Wat we niet kunnen weten’, van de Britse mathematicus Marcus du Sautoy, die in dat boek de randen van onze kennis verkent.
De randen van de kennis hebben al gauw met het universum en met God te maken, die zich maar moeilijk wetenschappelijk laten verklaren. Hij is niet geïnteresseerd in God, wel in het universum, maar dan weer niet in de wetmatigheden van het universum. Daarvoor is hij te veel wetenschapper. Toch zegt hij wel religieus te zijn, zijn religie is namelijk Arsenal. Hij komt uit het noorden van Londen. Bloed serieus is hij daarin, in zijn optiek heeft voetbal de plaats van religie ingenomen, als verbinder van gemeenschappen. Het geeft aan, dat hoezeer iemand ook op zoek kan zijn naar waarheid en al het kenbare, dat niet altijd van belang of relevant is, in de menselijke behoefte.
Hij sluit af met ‘weten dat we iets niet weten, is essentieel voor vooruitgang´, en ‘de grootste vijand van kennis is niet onwetendheid, maar de illusie van kennis’.
Het belang van waarheidsvinding
Bij de meeste mensen is waarheidsvinding niet de hoogste prioriteit in het dagelijks leven. Zelfs niet altijd voor de meest vooraanstaande wetenschappers. Toch is belangrijker dan menigeen denkt.
Het is een open deur misschien: de kwaliteit van oplossingen hangt af van de mate waarin toegepast kennis op waarheid berust. Zo logisch dat je het niet zou hoeven vermelden. Maar aangezien de leugen regeert, en we er steeds weer intrappen, moet het genoteerd worden, moeten we er aan herinnerd worden. Als je het leest, denk je als rechtschapen medemens, ja zo is het toch ook gewoon. Jazeker, en in een net even andere formulering komt de zin in volgende pamfletten ook voor. Juist ook omdat de behoefte om aan waarheidsvinding te doen zo laag is.
Waarheidstheorieën
Zoals deze in het geheel in de Bijsluiter staan, behorende bij de poster ‘Periodiek Systeem der Elementen voor een Nieuwe Samenleving´.
- Correspondentietheorie
- Conventietheorie
- Coherentietheorie
- Pragmatische theorie
- Minimalistische theorie
- Consensustheorie
- Constructietheorie
- Waarheid in handelsrecht
- Innerlijk weten
Correspondentietheorie
De waarheid moet overeenkomen met de werkelijkheid.
Vanuit Natural Law bekeken is maar 1 van bovenstaande theorieën valide: de correspondentietheorie. De waarheid moet overeenkomen met de werkelijkheid. En niets anders. We praten hier over absolute waarheid. Waarvan we net hebben gelezen dat die fundamenteel onzeker is.
Conventietheorie
De waarheid moet overeenkomen met een afspraak.
Dit is een niet absolute maar wel objectieve theorie. Het verschil is dat hier de waarheid niet absoluut is maar wel voor alle mensen geldt. Dan moet je het wel over definities eens zijn. Een mooi voorbeeld is altijd de stoel. Voor alle mensen zal een stoel een stoel zijn, maar buiten de belevingswereld van de mens bestaat het niet.
Volgens de conventietheorie is de uitspraak ‘Nederland is een democratie’ waar, omdat het een afspraak is. We zien hier dat we ons met de conventietheorie op een hellend vlak begeven. Die stoel van net is meestal niet zo’n probleem en gewichtig, maar bij de vraag of Nederland een democratie is, krijg je te maken met definities en interpretaties. Het wordt dan al gauw subjectief en relatief. Je dwaalt dan af van de werkelijke waarheid.
Coherentietheorie
De waarheid moet overeenkomen met andere uitspraken.
Bij de coherentietheorie gaat het om samenhang. Wanneer een uitspraak overeenkomt of in lijn is met andere uitspraken dan is het waar, volgens deze theorie. Nou is dat met uitspraken lastig te verdedigen. Maar met gebeurtenissen waarin je een patroon kan zien, achterliggende samenhang, ben je wel dichterbij de waarheid. Absoluut is dit niet.
Wereldgodsdiensten bijvoorbeeld kunnen intern systematisch samenhangen, maar met elkaar in tegenspraak zijn. Waardoor meerdere wereldgodsdiensten, of misschien allemaal, onwaar moeten zijn.
Pragmatische theorie
De waarheid moet nuttig en bruikbaar zijn.
Een voorbeeld voor pragmatische theorie is de eend. Als het waggelt als een eend, kwaakt als een eend, eruit ziet als een eend, dan zal het wel een eend zijn. Dit is een zinnige benadering, die in de meeste gevallen op gaat, in de praktijk ook veel houvast biedt. Absoluut is deze niet, weten we in een wereld waar niets is wat het lijkt.
Minimalistische theorie
De waarheid moet uitsluitend zijn.
Een voorbeeld van minimalistische theorie is sneeuw. De uitspraak sneeuw is wit is alleen hierbij geldig als er geen andere kleuren sneeuw bestaan.
Het is natuurlijk zo wanneer er blauwe sneeuw zou bestaan, de uitspraak sneeuw is wit niet een onwaarheid is, maar slechts een halve waarheid. Of zoals het antwoord 3 op de vraag wat de wortel van 9 is, ook maar het halve antwoord is. -3 is ook de wortel van 9.
Er zijn situaties waarin je halve waarheden niet kunt accepteren. Het achterhouden van informatie om beslissingen van anderen een bepaalde kant op te sturen, past niet langs onze morele meetlat.
Consensustheorie
Iets is waar als iedereen dat vindt.
Consensustheorie is een mooie. Als iedereen vindt dat 1 en 1 2 is, dan is dat zo. Als iedereen vindt dat bloed rood is, dan is dat zo. Maar als niet iedereen dat vindt, maar 97%? Dat was het geval bij een onderzoek naar de mate van consensus onder wetenschappers over klimaatverandering door antropogene CO2 uitstoot. 97% van de ondervraagde wetenschappers was het er mee eens. Is het daarmee waarheid? Nee. Zit hem dat in die 3%. Nee. Al vindt 100% dat, daar gaat het niet om. Zelfs niet als het allemaal wetenschappers zijn. De waarheid laat zich daardoor niet van zijn stuk brengen. Het gaat om de werkelijkheid. En bij de vraag of een bewering waar is, gaat het om de kwaliteit van de bewijsvoering en argumenten, en of die in lijn liggen met de werkelijkheid.
Uitgaan van consensustheorie bij waarheidsvinding is heel gevaarlijk. Wel is het bruikbaar bij beslissingen die gaan over smaak en stijl. Zolang je het maar geen waarheid noemt en er niemand mee benadeelt.
Constructietheorie
We kunnen de waarheid niet kennen, hooguit een perceptie ervan
Met constructietheorie kun je niet vaststellen of iets waarheid is, maar deze houdt je scherp en open voor nieuwe inzichten. De theorie zegt: we kunnen de waarheid niet kennen, hooguit de perceptie van waarheid. Zelfs dit weten we niet zeker; en daarmee klopt hij toch ook weer wel. Lang leve de paradox.
Waarheid in handelsrecht
Dit is geen theorie maar een regel in handelsrecht dat al duizenden jaren oud is. Het komt uit de oudheid toen mensen voor het eerst handel met elkaar gingen drijven en er behoefte bestond aan duidelijke en eenduidige regels. Dat waren in het begin de 10 Maximes of Law. Later, in de middeleeuwen Lex Mercatoria, ook wel Merchant Law. Daarin staat het volgende over waarheid:
- In de handel is waarheid soeverein
- De waarheid wordt uitgedrukt in de vorm van een beëdigde verklaring (affidavit)
- Een onweersproken beëdigde verklaring is de waarheid in handelsverkeer
Wat we hier zien is dat het niet gaat om de absolute of zelfs maar objectieve waarheid, maar of er daadwerkelijk een afspraak ergens over is. En die is er als iemand dat op de correcte manier beweert en niet tegengesproken wordt, op de correcte manier.
Het verbintenissenrecht in ons Nederlandse rechtstelsel is een voortvloeisel uit dit oeroude handelsrecht.
Innerlijk weten
In een Nieuwe Samenleving, zo zien we in ons Periodiek Systeem der Elementen, gaat spiritualiteit weer een grotere rol spelen. Dat was vroeger, voor de Verlichting ook al zo. In de huidige, op wetenschappelijk bewijs gefixeerde samenleving heeft spiritualiteit een marginale rol.
Terwijl de kennisbron van misschien wel de grootste wetenschappers de Akasha kronieken zijn. Zij hadden toegang tot de onmetelijke kennisbron, het universum, de ether. Maar niet alleen zij, ook gewone mensen kunnen gebruik maken van de wijsheid en kennis die erin besloten ligt. Via je ziel kun je er mee in contact komen. De mensen die dat doen spreken over innerlijk weten. Ze kunnen de bewijzen misschien niet overleggen, maar ze weten 100% zeker dat iets waar is. Voor hun is het waarheid, werkelijkheid.
Erkende waarheid, waarheidsvinding en paradoxen
Doen we aan waarheidsvinding dan komen we onherroepelijk paradoxen tegen.
Hierboven hebben we gezien dat er verschillende theorieën zijn voor waarheidsvinding en dat er een erkende waarheid uit kan volgen. En dat dat niet hetzelfde is als de werkelijke waarheid, de absolute waarheid. Sterker nog, meestal is het een onwaarheid, bijvoorbeeld een leugen.
Waarheidsparadox: Iets kan een absolute waarheid zijn en toch niet worden erkend. Een individu kan de absolute waarheid kennen terwijl die door niemand anders erkend wordt. Er wordt dan wel gezegd het is zijn waarheid, waaraan gekoppeld wordt dat het een subjectieve waarheid is. Dat is niet juist. Die waarheid is absoluut, alleen niet door anderen erkend, maar dat maakt het nog niet subjectief, dat maakt hem niet-erkend. Dat is een belangrijk verschil.
Een waarheid kan dus voor een individu als absoluut worden beoordeeld, en als dat zo is, is het meer dan een opvatting of een mening. Dat is het nog steeds maar dan een die samenvalt met de werkelijkheid. Maar pas op, de meeste mensen kunnen dat zelf niet goed inschatten. Als je zelf van mening bent dat je opvatting de absolute waarheid is, dan moet je wel heel goed onderzoek hebben gedaan, een hele goede bron hebben. Iets wat je nu voor waarheid houdt kan na voortschrijdend inzicht ineens anders blijken te liggen. Zie ook de regressie theorie, die stelt dat er steeds weer nieuwe informatie en of argumenten bij komen.
Kort gezegd, hier kort geformuleerd 2 waarheidsparadoxen:
- Een absolute waarheid door slechts 1 individu erkend lijkt subjectief maar is nog steeds absoluut.
- Een waarheid beschouwd als absoluut kan toch subjectief blijken.
Subjectiviteit houdt in het persoonlijk oordeel of de persoonlijke zienswijze van een individu. Je mag het hier ook zien van een groep, maar in ieder geval niet van de gehele mensheid, want dan is het objectief.
We moeten ons hier realiseren dat een subjectief oordeel in werkelijkheid dichter bij de waarheid kan liggen dan een objectief oordeel. Waarbij objectief betekent het oordeel van iedereen, volgens de conventietheorie.
