DISRUPTIEF LINKSISME

Het was geen voornemen om in 2026 door te gaan met pamfletten maken. Maar het moest er toch van komen. En dan ook meteen 5 stuks, waarvan dit de eerste is.

Het is een samenvatting van een boek, maar voor een goed begrip kan het niet op 1 A4. Toch heb ik dat gedaan, zie het als een trailer, een teaser, een affiche. Het is praktisch niet mogelijk om van 1 A4-tje voldoende begrip te verkrijgen, wanneer de zienswijze op deze materie zo anders is. Daarom heb ik ook een toelichting onder het pamflet geplaatst. Nog beter is gewoon het boek te lezen. Voor zover ik weet is er geen Nederlandstalige uitgave, maar in het Engels is het op zich goed te doen.

VOLGEND PAMFLET

VOLGEND PAMFLET

Toelichting op het pamflet

DISRUPTIEF LINKSISME

Het pamflet is feitelijk een boekbespreking van het boek:

INDUSTRIAL SOCIETY AND ITS FUTURE

THE MANIFESTO

THEODORE JOHN KACZYNSKI (Ted Kaczynski) / The Unabomber

Zoals te doen gebruikelijk zijn mijn pamfletten samenvattingen van zware, omvangrijke thema’s op 1 A4-tje. Juist bij dit onderwerp is dat voor een goed begrip bijna niet mogelijk. Zeker voor links geassocieerde lezers kun je op 1 A4-tje niet voldoende toelichting kwijt, om de boodschap helder over te brengen. Vandaar deze toelichting, en dan nog zal een deel van de lezers aversie houden tegen de inhoud van het pamflet, de toelichting en of het boek. Dat komt omdat het een beeld geeft van de maatschappij vanuit een geheel andere invalshoek dan men gewend is. Een die als aanvallend kan worden beschouwd, omdat linksisme op de lezer zou kunnen slaan.

In een open samenleving zou alles besproken moeten kunnen worden, inclusief taboes en heilige huisjes. Zolang het relevant, oprecht en constructief is, en die intenties heeft het. Wanneer iemand zich aangevallen voelt, past hij of zij metacognitie toe, om er achter te komen waar dat gevoel vandaan komt. Dat heeft bijna altijd met de persoon zelf te maken, nooit met een oprechte boodschapper.

We praten wel over links, waar het woord linksisme van is afgeleid. Van het traditionele politieke links-rechts spectrum. Maar voor een nieuwe samenleving is deze tegenstelling achterhaald. Het is éém pot nat, de verschillen zijn subtiel, dat wil zeggen in de uitwerking. Het beleid van zogenaamd rechtse partijen is ook links. De mainstream is in meer of mindere mate links, in ieder collectivistisch. De echte rechtse partijen worden als extreem beschouwd en zijn bovendoen niet expliciet op weg naar een Nieuwe Samenleving, die uitgaat van authenticiteit, de innerlijke weg en het natuurrecht. Maar het pamflet en het boek gaan ook niet zozeer over politiek, als wel over waar we als mensheid mee te dealen hebben, hoe zit de mens in elkaar, hoe heeft het zo kunnen komen, en hoe komen we hier uit. Ook Kazcynski heeft het over het systeem, en daar is de politiek onderdeel van, dus daar moet je niet zijn. Wij mensen moeten met elkaar onze uitgangspunten en doelen bepalen. Daar is wel een omslag voor nodig. Het begint met heldere uiteenzettingen en een open mind, de wil, de bereidheid om zich in andere inzichten te verdiepen

Voordat we beginnen met de toelichting, nog even dit: Ik besef dat dit heel precair is om met dit boek aan te komen. Reden 1 omdat ik welicht in de val trap om anderen de maat te nemen en verwijten maak. Dat is typisch gedrag dat hoort bij bewustzijnsniveau 3, het wij-zij denken. Terwijl we nu juist geleerd hebben dat we dingen moeten accepteren, of vergeven. Reden 2 omdat alles dat er staat gemakkelijk verkeerd uitgelegd of opgevat kan worden. Het luistert erg nauw hoe het geformuleerd en gelezen wordt. Reden 3 omdat de schrijver een crimineel is en slachtoffers heeft gemaakt met zijn bomaanslagen. Laat één ding duidelijk zijn: ik distantieer me van iedere gesuggereerde gewelddadige oplossing. De duiding van maatschappelijke problemen ziet verwoordt Ted Kascynski heel scherp en daar kan ik een heel eind in mee gaan. Zijn oplossingen in het geheel niet.

Wat betreft reden 1, ik behandel zijn boek niet om me af te zetten tegen andersdenkenden, om confrontatie te zoeken, om te overtuigen, of omdat ik niet voldoende ontwaakt zou zijn. Niets van dat al. Mij gaat het er om, als er problemen zijn en ze zijn relevant, zoals huer, intermenselijke problemen, dan moet dat besproken kunnen worden. Geen confrontatie, maar een dialoog, vanuit broederschap, mensenliefde. Misschien naïef, maar dat is beter dan zelfcensuur.

Wat betreft reden 2, het zijn natuurlijk in zekere zin ook verwijten. Niet persoonlijk, maar wel aan genoemde groep, waar iemand zich mee zou kunnen identificeren. Maar hoe zou je de problemen anders moeten benoemen? In vage of ontwijkende termen krijg je de boodschap niet duidelijk. Verwijten (en beledigen) hebben minstens zoveel met de ontvanger als met de intenties van de boodschapper te maken. De intenties zijn constructuef en medemenselijk. De lezer die zich aangesproken of aangevallen voelt, bewandel de innerlijke weg en do not shoot the messenger.

De inhoud van het boek kan gemakkelijk betiteld worden als controversieel. Maar realiseer je dan dat we allemaal last hebben van cognitieve biases. Oftewel opvattingen die niet stroken met de werkelijkheid. Welke dat zijn, dat is een kwestie van kritisch blijven nadenken en open staan voor andere inzichten. Laten we met de toelichting op het pamflet, ook te beschouwen als een samenvatting met commentaar op het boek.

Samenvatting

Na observatie, onderzoek en analyse stelt Ted Kaczynski vast dat de consequentie van de industriële revolutie een rampzalige uitwerking heeft op de mensheid en de natuur. Hij ziet een gedestabiliseerde samenleving, mensen onderworpen aan onwaardigheden, wijdverbreid psychisch en lichamelijk lijden en ernstige schade aan de natuur. Voortschrijdende technologische ontwikkelingen maken het alleen maar erger. Als het systeem instort kan het maar beter gauw gebeuren, hoe langer het duurt hoe harder de klap.

Een groot deel van de problemen is volgens de schrijver te wijten aan linksisme (in het engels: leftism), zeg maar de linkse kerk. Dat is merkwaardig gezien hijn in zijn 1e stelling de industriële revolutie de schuld geeft. Links was niet de initiator van de industriële revolutie, maar vormde als socialistische beweging juist het tegenwicht tegen uitbuiting door industriële leiders. Wel heeft hij goed gezien dat ‘Links’ veel maatschappelijke schade heeft aangericht, en nog steeds. Vanuit het wij-zij denken in het derde bewustzijn, zoals elders in deze brochure beschreven. Na het linksisme beschrijft Kascynzki het machtsproces (the power process), die duidt op een zingevingsprobleem onder de bevolking.

Linksisme was vroeger gewoon socialisme. Tegenwoordig zijn linkse thema’s versnipperd. Een verzameling als links geassocieerde groepen: socialisten, collectivisten, politiek correcte types, feministen, homo-activisten, woke-activisten, milieu- en klimaatactivisten, dierenrechtenactivisten, en dergelijke. Niet iedereen die zich met deze zaken geassocieerd voelt, beschouwt zich als links. Links is niet een vast omkaderde groep, maar de schrijver kan wel heel precies duiden welk gedrag hoort bij linksisme. Waarbij hij trouwens gepaste voorzichtigheid betracht in zijn formuleringen en uiteenzettingen, omdat links geassocieerde lezers wat gevoeliger zullen zijn voor zijn beweringen. Hij generaliseert natuurlijk enorm en in zijn uitleg formuleert hij het nogal expliciet, maar dan is het ook maar duidelijk. Niemand hoeft zich persoonlijk aangesproken te voelen. Maar misschien moet je er zelf wel wat mee als de beweringen je raken.

En dan komen we bij de 2 psychologische neigingen die het linksisme kenmerken: “gevoelens van minderwaardigheid” en “oversocialisatie”. Anders gezegd, ik vertaal het even heel vrij en kort door de bocht: slachtoffer en deugmens.

Gevoelens van minderwaardigheid: Het gaat daarbij om eigenschappen als een laag zelfbeeld, gevoel van machteloosheid, depressief zijn, verslagenheid, schuld, zelf-haat. Volgens de schrijver hebben links geassocieerde mensen vaker deze eigenschappen, en deze zijn bepalend voor de richting van modern linksisme. Met gevoelens van minderwaardigheid voelt iemand zich ook eerder beledigd of gedenigreerd, het appeleert aan het lage zelfbeeld. Rekening houden met de overgevoeligheid leidt tot het vermijden van eens normale woorden. Het betreffende gevoel van minderwaardigheid zit hem vaak niet bij de linkse persoon zelf, maar bij een minderheidsgroep waarmee hij (of zij) zich geassocieerd voelt. Veel linkse mensen identificeren zich vaak intens met de problemen van groepen met een imago van zwakte of achterstand, van minderwaardigheid. Niet dat ze dat zijn, of zelf zo ervaren, maar dat is hoe de linkse persoon die groep ziet. Maar het is een maskering van het eigen minderwaardigheidsgevoel. De linkse persoon heeft een afkeer van een sterk, goed en succesvol imago. Hij is anti-individualistisch en pro-collectivistisch. Hij is tegenstander van het concept van competitie, want diep van binnen voelt hij zich een loser. Hij voelt zich alleen sterk als lid van een groep of van een grote organisatie of beweging waarmee hij zich kan identificeren. De linkse persoon wijt succes of falen altijd bij voorkeur aan de samenleving, en niet aan de betreffende persoon zelf (misschien is dit een antwoord op de vraag waarom we zoveel belasting betalen). Hij claimt gemotiveerd te zijn door compassie en morele principes. Maar het is niet rationeel, omdat het vaak maar 1 richting uit gaat: die van zogenaamde positieve discriminatie. De belangen van de minderwaardig gevonden groep wegen zwaarder dan die van anderen. Waarmee de groep waar ze voor op zeggen te komen niet altijd gediend is. Maar daar gaat het niet om, het is een excuus voor hun vijandigheid en machtslust. Linkse mensen zijn veel meer in staat tot het gebruik van geweld, of keuren het goed, dan welke andere ideologische groep ook. Dat valt niet te rijmen met morele principes.

Oversocialisatie: het proces waarbij kinderen worden getraind om zich te gedragen zoals de samenleving wenst, heet socialisatie. Een gesocialiseerd iemand gehoorzaamt de morele beginselen van de samenleving en functioneert goed in die samenleving. Van oversocialisatie is sprake wanneer iemand zijn individualiteit verliest door het moeten voldoen of de drang te moeten voldoen aan sociaal gewenste normen. Voor individualiteit mag je ook lezen authenticiteit. Bij oversocialisatie ben je letterlijk niet meer jezelf, maar bezeten, ook letterlijk, door de samenleving. Oversocialisatie kan leiden tot vervreemding en verlies van zelfbeschikking. Dit werkt niet alleen in je bewustzijn, maar werkt ook door in je onderbewustzijn.

Oversocialisatie is niet gezond voor een individu en is schadelijk voor de samenleving als geheel. Het ongezonde eraan is dat het gevoelens bij het individu onderdrukt, en die komen er een keer uit. Dat kunnen sexuele gevoelens zijn maar ook agressie. Het schadelijke voor de samenleving hieraan zijn de gevolgen van die onzedelijke uitingen en agressie.

Een van de belangrijkste middelen waarmee onze samenleving kinderen socialiseert, is het zich schuldig voelen over wat ze gezegd of gedaan hebben. Een kind dat er gevoelig voor is, is dan beschaamd over zich zelf. Je creëert dan mensen die makkelijk te manipuleren en te controleren zijn. Dat is wat anders dan vrije mensen. Oversocialisatie behoort tot de ergere wreedheden die mensen elkaar aandoen.

Een manier hoe een links persoon zijn onderdrukte gevoelens uit is door toch te rebelleren. Bijvoorbeeld door een moreel standpunt in te nemen, en de mainstream maatschappij er van te beschuldigen die te schenden. Terwijl veel van die standpunten helemaal niet betwist worden. Zij rebelleren om hun vijandigheid te rechtvaardigen, en doen dat door te claimen dat de samenleving of politiek niet voldoende doet, inzake het betreffende morele standpunt. Wat best geheel of gedeeltelijk waar kan zijn. Maar dat is niet de hoofdzaak, het gaat om de uiting van hun onderdrukte gevoelens. Desnoods worden er morele standpunten verzonnen. Die in extreme gevallen met toepassing van geweld worden bevochten.

Lang niet altijd komen die uitingen van agressie eruit, of komt het überhaupt tot links activisme. De onderdukte gevoelens gaan ergens een uitweg hebben. Als je een samenleving vormt met mensen die een laag zelfbeeld hebben, heb je een florerende geestelijke gezondheidzorg. Verder heb je ook een bevolking die graag in de pas blijft lopen van de autoriteiten, omdat ze zo geconditioneerd zijn.

Het probleem van het linksisme is indicatief voor de samenleving als geheel. Een laag zelfbeeld, depressies of verslagenheid zijn weliswaar eigenschappen bij het linksisme, maar daarvoor niet strikt voorbehouden. Maar de huidige samenleving probeert ons te socialiseren op een niet eerder getoonde schaal zo groot.

Het Machtsproces (The Power Process)

Ieder mens heeft in zijn leven behoefte aan iets dat je machtsproces zou kunnen noemen. Dat is  waarschijnlijk biologisch bepaald. Het machtsproces heeft 4 elementen:

– doel

– inspanning

– bereikbaarheid van het doel

– autonomie

De eerste 3 zijn duidelijke elementen die voor iedereen gelden. De 4e is lastiger te definiëren en zal niet voor iedereen gelden.

Doel: Als iemand alles heeft wat hij nodig heeft, en alles zomaar kan krijgen wat hij wil, raakt hij vanzelf verveeld en gedemoraliseerd. Ook of juist mensen met macht raken verveeld als ze alles al hebben en geen doelen meer kunnen bedenken.

Inspanning: Een doel moet inspanning vereisen. Als je in primaire behoeftes zoals eten, drinken, kleding en onderdak voorzien bent zonder er enige moeite voor hoeft te doen, raak je verveeld en gedemoraliseerd.

Bereikbaarheid van doel: Het niet kunnen bereiken van fysiek noodzakelijke doelen betekent de dood, en van andere doelen betekent het frustratie. Aanhoudend het niet kunnen behalen van doelen leidt tot verslagenheid, laag zelfbeeld of depressie.

Kortom, om serieuze problemen in het leven te voorkomen hebben we doelen nodig, die moeite kosten en die haalbaar zijn.

Surrogate activiteiten.

Als iemand min of meer automatisch voorzien is in zijn fysiek noodzakelijke behoeftes, heeft hij het nodig om andere doelen in het leven te hebben. Andere dan existentiële doelen. Dat noemt de schrijver surrogaat doelen. Een artificieel doel, niet biologisch noodzakelijk. In de moderne samenleving is in veel gevallen relatief weinig moeite nodig om te voorzien in iemands basisbehoeftes. Het is genoeg om een opleiding te hebben, zodat je op je werk kan functioneren, en geld verdienen om aankopen te doen die in je behoeftes te voorzien, je hoeft alleen maar te gehoorzamen. Het is wat kort door de bocht, maar dit is de simpelste manier om aan te geven dat de samenleving vol zit met surrogate activiteiten.

Voor veel zo niet de meeste mensen geldt dat ze minder voldoening halen uit het nastreven van surrogate doelen dan van echte doelen. Met echte doelen bedoelt hij doelen die mensen zouden willen nastreven ook wanneer de behoefte vanuit het machtsproces al was vervuld. Dit is af te leiden uit het feit dat mensen soms alleen maar meer willen. Meer geld, meer macht, meer status, etcetera. Daarentegen zullen veel mensen zeggen, dat hun surrogaat te noemen activiteiten juist wel meer voldoening opleveren, dan zakelijk gerelateerde activiteiten. Omdat de daarvoor benodigde  inspanning is gereduceerd tot trivialiteit. Belangrijker, het bevredigen van basisbehoeftes doen mensen niet autonoom, maar als deel van een immense sociale machine. Vergelijk dat met hun surrogate activiteiten, waarin mensen een veel grotere mate van autonomie hebben.

Autonomie: Niet voor iedereen is autonomie noodzakelijk in het machtsproces. Bij de meeste mensen is dit in meer of mindere mate wel nodig in het behalen van hun doelen in het machtsproces. Autonomie betekent hier doelen stellen en halen op eigen initiatief en onder eigen controle. Werken als lid van een kleine groep kan ook prima, waarin je een gezamenlijk doel kan behalen, wordt de behoefte van het machtsproces ook vervuld. Maar wanneer iemand in een rigide systeem werkt, waarbij er geen ruimte is voor autonome besluiten en eigen initiatieven, dan wordt de behoefte van de machtsproces niet vervuld. Ook wanneer er besluiten worden genomen op een collectieve basis die zo groot is dat de rol van een individu insignificant is, wordt de behoefte uit het machtsproces niet vervuld.

Het is waar dat sommige mensen geen of minder behoefte hebben aan autonomie. Dat kan zijn omdat hun behoefte aan macht klein is, of ze identificeren zich met een organisatie waar ze toe behoren. En dan zijn er nog types die voldoening halen uit pure fysieke macht (indien werkend voor de autoriteit zijn fysieke macht graag inzetten in blinde gehoorzaamheid aan zijn superieuren).

Voor de meeste mensen geldt dat autonomie in het stellen en behalen van hun doelen, een gevoel van macht geeft en daarmee ook gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Wanneer iemand daartoe geen reële kans krijgt, dan bestaat de kans op het ontwikkelen van verveeldheid, demoralisatie, laag zelfbeeld, minderwaardigheidscomplex, verslagenheid, depressie, angsten, boosheid, schuldgevoel, frustratie, vijandigheid, mishandeling, onverzadigbaar hedonisme, abnormaal sexueel gedrag, slaapstoornissen, eetstoornissen, etcetera.

Disruptie van het machtsproces is één van de bronnen van sociale problemen. Andere bronnen benoemt Kaczynski ook. Bijvoorbeeld hoge bevolkingsdichtheid, verzwakking van familiebanden, desintegratie van iemands oorspronkelijke community, afbraak van traditionele waarden, en vul maar aan. Omdat het voor mensen in de moderne samenleving onvoldoende gelegenheid is om op een normale manier door het machtsproces te gaan, is die disruptie ook een bron van sociale problemen. Linksisme is sinds te 2e helft van de 20e eeuw symptomatisch voor het ontberen van het machtsproces.

Wat mensen drijft kan verdeeld worden in 3 groepen van doelen:

1. Doelen die met minimale inspanning kunnen worden behaald

2. Doelen die met serieuze inspanning kunnen worden behaald

3. Doelen die ongeacht de hoeveelheid inspanning niet kunnen worden behaald

Het machtsproces gaat om het behalen van de doelen van de 2e categorie. De moderne samenleving drijft mensen meer in de 1e en de 3e categorie. Voor de 2e categorie is men steeds meer aangewezen op artificiële doelen, met surrogate activiteiten. Het behalen van 1e categorie doelen kost veelal te weinig inspanning om het machtsproces te bevredigen. Meestal is gehoorzamen voldoende en autonomie minder of niet gewenst.

Het gat van de 2e categorie doelen is in de moderne samenleving gevuld door kunstmatige behoefte, gepresenteerd door advertenties en marketing technieken, van producten die onze grootouders nooit hadden of verlangden. Maar het blijven surrogate doelen en die geven uiteindelijk niet altijd de nodige voldoening. Dat doen echte doelen beter, die met fysieke behoeftes te maken hebben.

De moderne mens wordt behalve in de 1e ook in de 3e categorie doelen gedreven. Die van onhaalbare doelen. De belangrijkste behoefte van een mens is veiligheid. Dat gold ook voor mensen in vroegere tijden, maar zij hadden meer de zelfbeschikking in de keuzes om zich te verdedigen. In de huidige maatschappij worden beslissingen genomen waar een individu niet of nauwelijks invloed op heeft. Maar die wel effect kunnen hebben op zijn of haar veiligheid en gezondheid.

Er zitten een aantal paradoxen in het verhaal van het machtsproces. En hier hebben we er een. Veiligheidsdoelen zijn kennelijk onhaalbaar, terwijl tegelijkertijd gesteld kan worden dat de overheid zorgt voor ieders veiligheid. Ja dat klopt, maar de overheid kan een ander beeld hebben bij wat veilig is dan een individu. En het individu heeft geen inspraak. Bovendien kan de overheid het argument van veiligheid misbruiken, doet dat ook, met alle frustratie tot gevolg.

Een andere paradox heeft te maken met nepotisme of discriminatie. Het is in een samenleving absoluut ontoelaatbaar dat in het publieke domein functies verdeeld worden onder familieleden of vrienden van een bestuur, in plaats van op basis van de meest geschikte en competente kandidaten. Dat heet nepotisme en is algemeen onaanvaard, om ethische redenen maar het systeem wordt er ook inefficiënt van. Het betekent wel dat loyaliteit aan het systeem gaat voor loyaliteit aan familie, vrienden en aan de community waartoe je behoort. Cohesie in de natuurlijke kleine community’s wordt aangetast, individuen raken vervreemd van de groep waarmee zich identificeerden, en waren al vervreemd van de natuur.

Verdere gevolgen van disrupties in het machtsproces zijn het gevoel van zinloosheid van het bestaan, ook wel identiteitscrisis, of welke naam je er aan wil geven. Verder het buitensluiten van creatieve mensen, kritische mensen of mensen met eigen initiatief, want die passen niet in het systeem en zijn onvoorspelbaar. Voor creatieve mensen met eigen initiatief hoeft dat niet erg te zijn, die vinden hun weg wel. Maar het systeem als zodanig wordt er rigide van en de bevolking gaat er onder gebukt, mogelijk ook de creatieve initiatiefnemers. De moderne mens raakt verstrikt in verstikkende regels en protocollen, die frustreren en interfereren met het machtsproces.

Ergens kunnen we ook wel weer stellen dat we heel vrij zijn in deze vrije samenleving. We hebben bewegingsvrijheid, vrijheid van meningsuiting, vrijheid wat we kopen en wat voor werk we willen doen. Inderdaad, we kunnen alles doen wat we willen, zolang het maar onbelangrijk is. Zodra het belangrijk wordt, gaat het systeem zich er in toenemende mate mee bemoeien om ons gedrag te reguleren. Dat reguleren gebeurt niet alleen via expliciete regels of wetten van de overheid. Maar ook veelal door indirecte dwang of door psychologische druk, manipulatie, of door organisaties anders dan de overheid, of door het systeem als geheel. Dat geldt bijvoorbeeld voor het hebben van een bankrekening en daarbij privégegevens en biometrische gegevens prijsgeven aan het systeem, onder hun voorwaarden waarin je zelf niks hebt mogen bepalen. Ander voorbeeld: strikt genomen verplicht geen enkele wet je om een baan te hebben. Maar we mogen niet in het wild gaan wonen en daar zelfvoorzienend worden, want dan worden we opgepakt en verzocht ons te melden bij de dak- en thuislozen opvang. In de economie is plaats voor een beperkt aantal ondernemingen, niet iedereen heeft de persoonskenmerken om in onze beschaving een bedrijf te runnen. Dus de meeste mensen overleven alleen als werknemer in loondienst.

Tot slot over de disruptie, als reactie hierop zou iemand kunnen zeggen: “Op een of andere manier moeten we een weg vinden om mensen de kans te geven om door het machtsproces te gaan”. Het probleem hiermee is dat dat voor veel mensen niet werkt, voor het feit dat die kans gegeven wordt. Wat beter werkt is het vinden of het maken van hun eigen kansen. Zolang het systeem het je geeft, zit je nog steeds aan het systeem aangelijnd. Autonomie bemachtigen kan alleen onaangelijnd.

Het mooie is, Kaczynski beschrijft hier interne autoriteit, authenticiteit, individuele soevereiniteit, en het hoogste gezag bij het individu in plaats van bij de staat of het systeem, zonder deze woorden te gebruiken. Hij gebruikt alleen het woord autonoom. Hij geeft nergens blijk enige kennis te hebben van Natural Law of een spirituele ontwaking te hebben doorgemaakt. Anders hadden we dat zeker in zijn woordkeus en formuleringen herkend. Maar authentiek is de man zeker en over een interne autoriteit beschikte hij ook. Hij komt evengoed tot het besef van interne autoriteit als we kennen van Natural Law.

Met die onaangelijnd bemachtigde autonomie heeft hij het impliciet ook over vrijheid. Ook weer zonder het te noemen. Hij had hier heel mooi het verschil kunnen uitleggen freedom en liberty. Liberty is aangelijnde vrijheid, een gunst, een privilige, dat kan worden afgepakt. Liberty is dus geen vrijheid. Freedom is vrijheid, dat is een recht.

Uiteindelijk heeft Kaczynski het wel over vrijheid. Hij zegt ook dat vrijheid een woord is dat je op veel manier kan definiëren. En hij komt zelf met een geheel eigen definitie, en die luidt:

“Vrijheid betekent de kans om door het machtsproces te gaan, met echte doelen, geen kunstmatige doelen of surrogate activiteiten, en zonder bemoeiing, manipulatie of supervisie van wie dan ook, zeker niet van een grote organisatie.” In het boek heeft hij een langere definitie. Die getuigt van weinig besef van authenticiteit en zelfbeschikking. maar behandelen we hier niet verder. Evenmin behandelen we de verdere hoofdstukken, behalve te zeggen dat hij zelf als enige oplossing ziet een gewelddadige revolutie. Hier blijkt zijn gebrek aan kennis en bewustwording over het natuurrecht, en daarmee van de universele moraal.

Afgezien van de oplossing is zijn betoog zeer interessant, met een heldere maatschappelijke probleem analyse, van problemen die velen wel onderkennen (en even zovelen waarschijnlijk ook niet), maar die je zelden zo volledig en met zo’n precisie geformuleerd ziet. Het komt ook in grote lijnen overeen met beschouwingen vanuit andere perspectieven, zoals mensen met bepaalde bewustwordingen zeker zullen herkennen.

Om in het kort betekenis te kunnen geven zijn we nog niet helemaal klaar met boek. We nemen het nog even kritisch samenvattend door.

1. Wat was nou de oorzaak van linksisme?

2. Wat is het probleem met linksisme voor de samenleving?

3. Zijn het linksisme en het onbevredigde machstprobleem niet gewoon 2 problemen die redelijk los staan van elkaar?

4. Wat is het verband tussen linksisme en het machtsproces?

5. Komt het machtsprobleem niet louter voort als gevolg van technologische vooruitgang, het altijd maar uitvinden van iets nieuws dat ons comfort en gemak dient?

1. De oorzaak van linksisme is zich moeten conformeren aan sociaal wenselijk gedrag tot in een zo hoge mate, waardoor mensen zich minderwaardig voelen. Het conformeren is een behoefte, deels vanuit de samenleving zelf om te zorgen dat iedereen zich netjes gedraag, en zeker ook vanuit de autoriteiten, om de bevolking onder controle te houden.

2. Het gevolg is een grote groep mensen met een gevoel van minderwaardigheid en oversocialisatie. Dit kan zich uiten in activisme voor verschillende linkse thema’s, meestal voor vermeende achterstandsgroepen. Degenen bij wie het zich niet uit in agressie of activisme, zijn getraind in gehoorzaamheid en daarmee gevoelig voor manipulatie.

3. Het linksisme is een mentaal probleem voor een groot deel van de samenleving, waarbij het aan geestelijke stabiliteit en weerbaarheid schort (of aan authenticiteit).

De disruptie van het machtsproces is een zingevingsprobleem. De oorzaak hiervan ligt direct bij het linksisme.

4. In bepaalde gevallen is er een verband. Die zijn niet alles bepalend, maar je moet ze ook niet uitvlakken. Het machstproces probleem kan uit linksisme voortkomen. Wanneer het activisme gevoed vanuit linksisme de invulling geeft aan bepaalde bevrediging via surrogaat activiteiten. Waarbij de behoefte nooit verzadigd raakt want het is surrogaat. Het gaat ook niet om het bereiken van het doel, maar om het hebben van een doel. Vanuit het machtsproces bekeken gaat het om het stellen van een met inspanning te behalen doel. Vanuit linksisme gaat het om uiting van onderdrukte gevoelens, als compensatie voor het gevoel van minderwaardigheid en uit rebellie als gevolg van oversocialisatie.

5. Niet uitsluitend. Het is zeker een gevolg van technologische vooruitgang, met name vanaf de industriële revolutie. Dat had ook maatschappelijke gevolgen. Los daarvan ging de staat zich ook steeds meer met de burgers bemoeien. Daardoor verlies van autonomie, het 4e aspect van het machtsproces.

Einde samenvatting. Tot slot, zoals gezegd, de zorgvuldig geformuleerde en uiteengezette probleembenoeming is goed volgbaar. Hij heeft dat op een acceptabele manier gedan en ik kan mij daar goed in vinden. Minder acceptabel zijn zijn oplossingenh, of eigenlijk helemaal niet. Geweld en revolutie.

Hij komt tot die oplossing, afgezien eventueel van een psychiatrische gesteldheid, omdat hij ook last heeft van cognitieve biases. Ondanks zijn hoogbegaafdheid, dat heeft ook niks met het hebben van biases te maken. Zijn denkkader is toch met name beperkt tot het seculiere 20e eeuwse wereldbeeld. Nergens refereert hij naar een spirituele dimensie, wetten van het universum, of interne autoriteit volgens het natuurrecht. Daar heeft hij dan ook niets van meegenomen in zijn oplossingen.

Welk knap dat jezonder kennis van de verschillende bewustzijnsniveaus, die we kennen uit de Nag Hammadi geschriften, om maar wat te noemen, tot zo’n analyse kan komen. Nergens noemt hij woord ego, maar hij beschrijft het wel. Hij benoemt problemen die exact passen bij bewustzijnsniveau 3, het wij-zij denken. Mensen die ego-bewustzijnsniveau zijn ontgroeit, maar nog niet de innerlijke weg gevonden hebben.

Het woord authenticiteit komt ook bijna niet voor in zijn boek. Hier en daar benoemt hij het wel. Waarbij hij eveneens vaststelt dat de groep die hij bespreekt niet zichzelf is. Niet door een laag zelfbeeld, want dat is het gevolg, maar door de geconditioneerde overtuiging te moeten voldoen aan wat de samenleving of autoriteit van het individu vraagt. Het systeem (hij noemt dat eveneens zo, net als hele andere bronnen) gaat altijd voor. Het geconditioneerde individu zal nooit nee zeggen. Dat komt overeen met de statist, die we kennen uit de lessen van Natural Law. Een statist is een aanhanger van het statisme, iemand die gelooft in de goedheid van de staat en het eraan moeten gehoorzamen. En het komt ook overeen met de eerste 3 bewustzijnsniveaus, waar de grote meerderheid van de mensheid zich in gevangen houdt.

De oplossing is steeds hetzelfde. De innerlijke weg. Naar binnen. Je authenticiteit vinden, je ware zelf. Je ego beheersen, niet de strijd aan gaan, maar de vrede vinden in jezelf, en met anderen. Alleen zijn dat individuele oplossingen. Het maatschappelijke vraagstuk is, hoe komen we daar collectief? Moeten we daar wel collectief komen? Dat hoeft niet, maar zolang de bevolking zichzelf door het eigen onbewustzijn gevangen houdt, inclusief degenen die er wel bewust van zijn en er niet van gediend zijn, is het wel meer dan gewenst om het collectief naar een hoger bewustzijnsniveau te krijgen. Op het gevaar af dat ik hier een hiërarchie suggereer. Maar dat is dan maar zo.

We weten inmiddels, onbewuste mensen kun je niet  bewust maken. Ieder kiest zijn eigen ontwikkelproces en moment, of niet. Het enige dat we wel kunnen doen is ons uitspreken, er aandacht aan geven. Zorgen dat we het in eerste plaats zelf goed zien, door kritisch te blijven denken en open te staan voor nieuwe of in ieder geval heldere inzichten. Daarom ook deze uitvoerige boekbespreking. En bij wat we niet in de hand hebben moeten we maar een beetje vertrouwen op de wetten van het universum.